Posts tonen met het label Indonesisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Indonesisch. Alle posts tonen

26 mei 2014

Kue lupis ketan

Of, zoals ik het ooit geleerd heb, gewoon lopis.

Dit is een Indonesisch gerecht (toetje?) dat ik ooit van mijn ex-schoonmoeder heb leren maken. Traditioneel wordt de kleefrijst bereid in een bananenblad, dat tot een driehoek gevouwen wordt waardoor je ook driehoekige blokjes rijst krijgt. Nu ben ik daar te lui voor (ik koop de rijst gewoon in zo’n zakje waarin je het kookt, en snijd het dan in driehoekjes) maar het idee is leuk.

Dit gerecht bestaat, in de versie zoals ik hem ken, maar uit drie ingrediënten: rijst, palmsuiker en kokos. Er zijn versies met meer ingrediënten maar zo heb ik het altijd gemaakt zien worden. Supersimpel om klaar te maken dus, en echt heel erg lekker. 



Voor twee flinke porties
Ingrediënten
  • 1 zakje kleefrijst (ketan)
  • 3 schijven palmsuiker (gula djawa)
  • 4 eetlepels geraspte kokos
Bereiding:
  • Kook de kleefrijst in 20 minuten gaar en laat in het zakje helemaal afkoelen. Snijd de rijst dan in driehoekjes. 
  • Doe de palmsuiker met wat water in een steelpan en smelt dit op laag vuur tot een gladde saus. Giet de gula djawa over de rijst en bestrooi met de kokos. Eet smakelijk!

23 september 2013

Nasi met corned beef

Mijn ex-schoonmoeder is een goede kok. Ik heb dan ook behoorlijk wat van haar opgestoken over de Indonesische keuken. Nu geloof ik niet dat dit recept echt Indonesisch genoemd kan worden, maar ik heb het wel van haar geleerd. Dus vind ik het gewoon Indonesisch.

Dit recept werd in de familie trouwens kattennasi genoemd. Omdat de corned beef uit blik net kattenvoer leek. Wellicht een toepasselijke naam, maar niet representatief voor de smaak. Deze nasi is fantastisch comfortfood en gewoon erg lekker. Ideaal ook als je aan het einde van je geld nog een stuk maand over hebt. 



Ingrediënten
  • 200 gram gekookte rijst, liefst van een dag oud, in ieder geval koud
  • 1 blik corned beef
  • 1 el olijfolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 100 gram diepvrieserwtjes
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 1 rood pepertje, fijngehakt
  • 3-4 eetlepels ketjap manis of ketjap medja
Bereiding
  • Snijd de corned beef in kleine blokjes. Verwarm de olie in een wok en bak hierin de ui, knoflook en peper.
  • Voeg dan de rijst, erwtjes en corned beef toe. Wok dit op hoog vuur. Voeg dan de ketjap toe en roer dit er goed doorheen. Serveer meteen, bijvoorbeeld met een gebakken ei en wat zoetzure komkommer of atjar.

24 april 2013

Indonesische filodeegpakketjes met zoete dipsaus

Ik heb een groepje vriendinnen waarmee ik eens in de zoveel tijd afspreek om iets leuks te gaan doen. Meestal eten. Soms uit, soms thuis. Als er thuis gegeten wordt, nemen we allemaal iets lekkers mee. Dit keer had de gastvrouw al bedacht dat het hoofdgerecht Indonesisch zou worden en de verantwoordelijkheid voor het voorgerecht kwam bij mij terecht. En daar moest ik toch even over nadenken.

Omdat ik niet wist wat het hoofdgerecht precies zou zijn, besloot ik maar een Indonesische variant van een filodeegpakketje te maken. Loempia’s moesten namelijk gefrituurd worden en ik wilde de gastvrouw niet met een stinkend huis opzadelen. Deze pakketjes gaan in de oven en zijn goed voor te bereiden en mee te nemen. Bovendien, ook niet onbelangrijk, waren ze erg lekker.

Over het bouillonblokje wil ik trouwens nog even zeggen dat ik het zelf nooit zo bedacht zou hebben, maar van mijn Indonesische ex-schoonouders heb ik het zo geleerd en ik ben een gehoorzaam type. 


Voor 12 pakketjes
Ingrediënten:
  • 12 velletjes filodeeg, ontdooid
  • Olijfolie
  • 200 gram rundergehakt
  • 50 gram fijngehakte prei
  • 50 gram fijngehakte witte kool
  • 50 gram fijngehakte wortel
  • 50 gram glasnoodles
  • 1 kippenbouillonblokje
  • ¼ tl gemberpoeder
  • ¼ tl korianderpoeder
  • 2 el ketjap manis
  • 400 gram tomatenblokjes uit blik
  • 1 ui, gesnipperd
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 1 el olijfolie
  • 1 el donkerbruine basterdsuiker
  • 1 el witte azijn 

Bereiding:
  • Bak het rundergehakt rul in een pan. Voeg hier de prei, kool en wortel aan toe en bak op hoog vuur mee tot het gaar is. Bereid intussen de glasnoodles volgens de aanwijzingen op de verpakking. Giet over met koud water en snijd een paar keer door zodat de slierten wat minder lang zijn. 
  • Verkruimel het kippenbouillonblokje over het gehaktmengsel. Roer hier ook de gember, koriander en ketjap door. Voeg tot slot de noodles toe en meng door elkaar. Zet aan de kant om af te koelen. 
  • Vet een cupcakebakvorm in. Leg vervolgens een ingevet velletje filodeeg in een van de cups. Vul dit met een deel van het gehaktmengsel. Knijp het deeg dicht. Herhaal dit met de rest van het deeg. Zet ze afgedekt weg, of bak ze op 180 graden in 15-20 minuten goudbruin. 
  • Fruit de ui op middelhoog vuur in de olie tot het goud begint te kleuren. Voeg de knoflook toe, bak nog 30 seconden door en giet dan de tomaten erbij, samen met de suiker en de azijn. Laat dit geheel 10 minuten pruttelen. Haal dan de staafmixer erdoor tot je een gladde saus hebt. Laat nog minstens 10 minuten zachtjes sudderen, of langer als je een dikkere saus wilt. Laat afkoelen en serveer met de filodeegpakketjes.

17 november 2012

Indische speklapjes

Speklapjes zijn denk ik mijn minst favoriete stukjes vlees. Niet alleen vanwege de hoeveelheid vet, maar ook omdat ik gewoon niet zo gek ben op varkensvlees. Toch kan ik ineens overvallen worden door een gigantische trek in een lekker speklapje. Maar dan wel met heel veel lekkere smaakmakers. Zoals deze.

De chips in dit recept lijken misschien een beetje vreemd, maar ze maken het wel heel erg lekker. Je zou er ook kentang kunnen gebruiken, een soort frietsticks die ze verkopen bij de toko. Maar dit is net zo makkelijk.



Voor 4 personen, uit Allerhande 11-2012
Ingrediënten:
  • 4 speklapjes (500 g)
  • 1 rode peper
  • 3 el gembersiroop
  • 1 tl gemberpoeder
  • 4 el ketjap manis
  • 2 tl bruine basterdsuiker
  • 4 tenen knoflook, fijngesneden
  • 1 el olijfolie
  • 1/2 zakje mini frites naturel (chips a 100 g)
  • 1 bosuitje, in schuine ringetjes

Bereiding:
  • Halveer de speklappen in de breedte. Snijd het steeltje van de rode peper. Halveer de peper in de lengte en verwijder met een scherp mesje de zaadlijsten. Snijd het vruchtvlees fijn. Meng in een kom de gembersiroop met de ketjap, gemberpoeder, suiker, knoflook, olie en rode peper. Schep de speklappen erdoor.
  • Verwarm de oven voor op 175 ºC. Doe de speklappen met de marinade in de braadslee of ovenschaal. Zet ca. 35 min. in de oven. Schep na 20 min. om. Wordt het gerecht te donker, dek het dan af met aluminiumfolie.
  • Serveer het vlees bestrooi met de minifrites en bosui. Lekker met witte rijst en geroerbakte paksoi.

9 februari 2012

Indonesisch hapje: Onde onde

Onde onde. Ehh, ja. Mijn schoonmoeder vertelde me dat ze het gehaald had bij de toko. “Wil je het proeven?” Ik wil altijd alles proeven, dus zei ik gelijk ja. Toen ik vroeg wat het was, beschreef ze de onde onde als “een soort sesamballen met zoete bonen als vulling.” Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik dit niet heel aantrekkelijk vond klinken. Gelukkig won mijn nieuwsgierigheid het van mijn scepsis en stak ik vol goede moed een hap van zo’n vreemde bal in mijn mond. Zeker geen standaard smaak, maar wel erg lekker! Dus toen mijn schoonmoeder voorstelde om ze eens zelf te maken, stond ik al in de keuken terwijl zij haar receptenboek er nog bij moest pakken.



Over het algemeen kun je zeggen dat Indonesische gerechten tijdrovend zijn om te maken. Dit recept is niet anders. We zijn bij elkaar al gauw twee uur bezig geweest met het maken van de vulling, het deeg, het vullen van het deeg en het frituren. Ach, het kan altijd erger. Als mijn schoonouders me vragen of ik kue lapis voor ze wil maken sta ik vier uur in de keuken, dus dit was een meevaller.


Onze ballen ploften een beetje tijdens het frituren. Dit is niet de bedoeling en ik weet ook niet hoe het kwam. Maar goed, de smaak wordt er niet minder om, dus laat je er niet door tegenhouden. Het is maar dat je weet dat het kan gebeuren. 


Ingrediënten:
  • 300 gr gedroogde mungbonen
  • 650 ml kokosmelk
  • 2 sliertjes pandanblad
  • tapiocameel
  • 3 rondjes gula djawa (palmsuiker)
  • 500 gr ketanmeel (kleefrijstmeel)
  • Zout
  • sesamzaad
  • Zonnebloemolie om te frituren
Bereiding:
  • Laat de mungbonen 12 uur weken in koud water.
  • Kook de mungbonen samen met het pandanblad in het weekwater tot ze zacht zijn. Dit duurt ongeveer een halfuur. Als ze droogkoken, giet er dan nog wat water op. De bonen moeten net onder water staan. Voeg vervolgens 250 ml kokosmelk aan toe. Roer door, en voeg tapiocameel toe. Kleine beetjes per keer, tot je een behoorlijk stevig bonenmengsel hebt. Denk aan de textuur van hele dikke erwtensoep, maar dan wat meer gelei-achtig. Laat dit mengsel afkoelen.
  • Maak van 500 gram ketanmeel en 400 ml kokosmelk en wat zout een deeg met de textuur van kauwgom. Je moet hier makkelijk balletjes van kunnen draaien.
  • Draai ballen deeg met een formaat tussen een golfbal en een tennisbal. Druk het deeg plat in je hand en schep er wat van de mungbonenpasta in. Vouw goed dicht en rol weer tot een bal. Rol de bal door de sesamzaadjes. Frituur de ballen in de wok tot ze goudbruin zijn en het deeg helemaal gaar is.

18 januari 2012

Sambal peteh

Voordat ik in een Indonesische schoonfamilie terechtkwam dacht ik altijd dat ik geen fan was van pittig eten. Inmiddels moet ik daarop terugkomen. Als mijn schoonmoeder weer eens sambal maakt, komt er steevast een potje onze kant op. Mij hoor je niet klagen, inmiddels ben ik groot fan.

Mijn schoonmoeder vindt het stiekem erg leuk dat een blanda (blanke) zo van de Indonesische keuken geniet. Haar verbazing werd nog groter toen bleek dat ik peteh bonen lekker vind. Deze bonen, ook wel stinkboontjes genoemd, vallen namelijk niet bij iedereen in de smaak. Elk Indonesisch familielid dat hoort van mijn voorkeur voor deze boontjes roept iets in de richting van “maar die lust ík niet eens!” Prima, more for me!

Foto: bron

Toen ik gisteravond bij mijn schoonouders binnenliep vroeg mijn schoonmoeder of ik wel eens sambal peteh op had. Ik kon nog niet eens zeggen dat dat niet het geval was, of ze stond al in de keuken om het te maken.

Petehbonen zijn te koop bij de toko en kunnen prima ingevroren worden. Deze boontjes worden niet voor niets stinkboontjes genoemd, want ze hebben een sterke geur. En schrik niet als je naar het toilet gaat, deze bonen hebben hetzelfde effect op je urine als asperges.


Mijn potje sambal peteh ga ik niet met jullie delen, het recept wel. Met dank aan mijn schoonmoeder dus.

Ingrediënten:
  • 3 eetlepels zonnebloemolie
  • Halve ui, fijngesnipperd
  • 1-2 teentjes knoflook, fijngesnipperd
  • 100 gram peteh bonen, fijngesnipperd
  • 350 gram sambal
Bereiding:
  • Verwarm de wok op hoog vuur tot deze goed heet is.
  • Doe de olie in de pan en fruit hierin de ui, knoflook en petehbonen aan tot de aroma's vrij komen. Laat ze niet bruin worden.
  • Voeg de sambal toe en laat deze een minuutje meebakken. Zet het vuur uit en laat de sambal in de wok afkoelen voor je het in een gesteriliseerde pot doet. Dit om te voorkomen dat de pot barst.

16 december 2011

Tumis Kool

Mijn vriend is half Indonesisch. En daar zitten voordelen aan. Buiten het feit dat hij natuurlijk om duizend redenen de liefste, leukste, knapste en geweldigste is (ja, ik stop al), heeft hij er ook voor gezorgd dat ik in een Indonesische schoonfamilie terechtkwam. En dat is fijn. Want potverdorie, die mensen weten wat lekker eten is! Waar de Indische rijsttafel eerst een luxe was die één keer per jaar bij toko Mitra in Utrecht gehaald werd, is het nu een heerlijkheid die meerdere keren per jaar voorbij komt bij verjaardagen en partijen. Om niet te spreken van de heerlijke gerechten die soms op een doordeweekse maandagavond op tafel verschijnen. Smoor, rendang, sajoer lodeh, atjar… Ik ben een gelukkig meisje.


Een aantal weken geleden serveerde mijn schoonmoeder overheerlijke tumis kool, wat, als ik het goed begrepen heb, zoveel betekent als gebakken kool. Zij maakte het met verse boerenkool van de markt. De grote bladeren waren heerlijk mals geworden in de saus op basis van santen (kokosmelk van een blok) en ik heb dan ook twee grote borden opgeschept. Gelukkig is dit gerecht supergezond en mager, dus ik doe maar net alsof dat niet erg was.


Uiteraard hebben mijn schoonouders door dat ik heel erg van koken en eten houd, dus besloot mijn schoonvader mij dit weekend een boek cadeau te doen. Het Indonesisch kookboek van A tot Z. Hij vertelde me dat dit de recepten zijn uit de streek waar zijn ouders vandaan komen en dat deze recepten precies zijn zoals zijn moeder ze ook maakte. Blij als een kind sloeg ik het boek open op een willekeurige pagina, en hier stond het recept voor tumis kool. Alsof het zo had moeten zijn. Ik kon het dan ook niet laten om gelijk met dit recept aan de slag te gaan.


Overigens gebruikt het originele recept 50 gram gepelde garnalen en mijn schoonmoeder hield het gerecht volledig vegetarisch. Ik besloot er kipfilet in te doen om het net iets vullender te maken.
 

Normaliter eet je dit met witte rijst. Ik at het met quinoa voor extra vezels, proteïnen en vitaminen. En omdat ik dat stiekem lekkerder vind.

Ingrediënten:
  • 500 gram gesneden kool (ik heb groene kool gebruikt, maar savooiekool of boerenkool is ook prima)
  • 1 kipfilet
  • 2 tenen knoflook
  • 1 rode Spaanse peper
  • 500 ml kokosmelk uit blik (of 500 ml water en ¼ blok santen)
  • 1 gesnipperde ui
  • 1 eetlepel olie
  • 2 theelepels ketoembar (korianderpoeder)
  • 1 theelepel trassie
  • zout naar smaak

Bereiding:
  • Vermeng de fijngesneden peper, ui en knoflook met de ketoembar, trassie en het zout en fruit dit mengsel, samen met de kipfilet, in de olie lichtbruin
  • Voeg de kool toe en roer deze door het kruidenmengsel. Laat enigszins slinken
  • Giet de kokosmelk over de kool en laat op laag vuur met deksel op de pan in ongeveer 20 minuten garen.

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...